Sinds de invoering in 2012 van de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK) en het bijbehorende Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (BIK) zijn er meerdere rechterlijke uitspraken gedaan over hoe deze regelgeving in de praktijk moet worden toegepast.

Op verzoek van de kantonrechter in Almere heeft de Hoge Raad op 25 november 2016 een aantal vragen beantwoord die hopelijk een einde maken aan de discussies die rond de berekening van buitengerechtelijke incassokosten en de zgn. “14 dagen brief (nakomingsbrief/WIK brief)” zijn gevoerd. De 14 dagen brief  is uitsluitend van toepassing in zaken waarin de schuldenaar een consument is.

De Hoge Raad benadrukt dat de 14 dagen brief pas haar werking heeft indien zij de schuldenaar heeft bereikt. Pas na ontvangst van de brief vangt de termijn van veertien dagen na aanmaning aan waarin de schuldenaar de gelegenheid heeft het verschuldigde zonder buitengerechtelijke kosten te betalen.

Indien in de brief een te vroege dag van aanvang of van einde van die termijn wordt gegeven, dan wel daaromtrent verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven voldoet de brief niet aan de wettelijke eisen en bestaat er geen recht op toewijzing van buitengerechtelijke kosten.

Wat volgens de Hoge Raad wel voldoet aan de wettelijke eisen is de formulering dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd”. Het verdient dus aanbeveling om die tekst in uw nakomingsbrief op te nemen.

Uitgangspunt voor de ontvangst is dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij een zondag, maandag of officiële feestdag niet meetellen als tussenliggende dag of dag van bezorging. Daarmee dient rekening te worden gehouden bij de beoordeling wanneer kan worden gedagvaard. De bedoeling is dat de schuldenaar vanaf de dag na ontvangst van de brief in ieder geval (de volle) veertien dagen de gelegenheid heeft het verschuldigde zonder kosten te betalen.